BERICHTEN UIT HET DOOR DE ZEEBEVING GETROFFEN GEBIED

 

de Tsunami komt bij het strand aanIn het zuidoosten van India is de hele kuststreek van de deelstaat Tamil Nadu door de vloedgolf getroffen. De missiebroeders van de H. Franciscus hebben om noodhulp gevraagd: voedsel, medicamenten, kleding en onderdak zijn hier vooral nodig.
Broeder Vitus Raj, rector van het klooster in Tamil Nadu, schrijft: “Wij hebben vier gemeenschappen in het meest getroffen district Kanyakumari. Enkele van onze broeders hebben al ervaring in crisishulp. Ze hebben na de aardbeving van Gujarat en Marashtra geholpen de grote nood te lenigen. We hebben alleen gebrek aan financiële middelen, daarom vragen we om hulp.”

Op zoek naar spullen tussen het puin.Op het eiland Sumatra, dat bij Indonesië hoort, heeft de hele provincie Atjeh van onvoorstelbare verwoestingen te lijden gehad. Men waagt het nauwelijks om over de aantallen slachtoffers te spreken, zo drastisch stijgt het aantal doden van dag tot dag. De missionarissen van Steyl zetten talrijke medebroeders van de getroffen eilanden van Indonesië in het rampgebied in. Het aartsbisdom Medan op Sumatra heeft een crisisstaf ingericht, die de hulp in de getroffen gebieden coördineert.
Pater Paulus Payong van de missionarissen van Steyl in het district Noord-Sumatra schrijft: “Duizenden lijken liggen overal verspreid en konden niet begraven worden. Het ontbreekt aan plastic zakken voor de lijken, gezichtsbescherming, handschoenen, voertuigen. In de parochies van de missionarissen van Steyl in Noord-Sumatra worden de geloofsgemeenschappen opgeroepen collectes te houden en verschillende hulpgoederen in te zamelen.”



De straten liggen vol, er is geen doorkomen aan.Sri Lanka is een van de hevigst getroffen landen. De jezuïetenbroeder Derrick mendis bericht ons van zijn bezoek aan de stad Galle in het zuiden van het land: “De reis naar Galle was een nachtmerrie. In mijn 68 levensjaren heb ik nog nooit zulke enorme verwoestingen gezien. In sneltreinvaart heeft men straatlantaarns en puin van de straten geruimd om plaats te maken voor het verkeer. Borden wijzen de weg naar noodopvang die provisorisch in tempels, kerken en scholen ingericht zijn. Aan beide kanten van de straat liggen palen, boten, matrassen, kussens en huisraad verzameld. Betonpalen van telefoon- en stroomleidingen zijn als rietjes geknakt, spoorbielzen verbogen alsof ze bij een speelgoedtrein horen. Visnetten hangen over de bomen en liggen overal verspreid. Bij de mensen staat schok en vertwijfeling in hun gezicht geschreven. Velen zoeken in het drijfhout naar bruikbare spullen of proberen hun bezittingen terug te vinden. Ik vraag me af hoe ze ooit het trauma kunnen verwerken dat hen als een bliksemschicht aan heldere hemel op 26 december getroffen heeft."
 


De verspreiding van voedsle komt langzaam op gang.Pater Anthony H. Pinto, provinciaal van de salesiaanse regio van Sri Lanka bericht: “De uitwerkingen van de beving zijn verschrikkelijk. De mensen hier en alle woonwijken in onze buurt zijn sterk getroffen. Honderden kinderen hebben hun ouders verloren. Vele ouders zoeken nog vertwijfeld naar hun kinderen. Het hele land is in noodtoestand. De mensen hebben eten, medicijn en kleding nodig. Omdat de meeste van onze instellingen in de kustregio liggen, zijn we heel bang voor nabevingen. De salesianen gaan naar de mensen toe om te zien wat ze het hardste nodig hebben. Naast kleding en medicijnen hebben ze vooral gebrek aan woonruimte. Bij overmaat van ramp is het nu ook nog gaan regenen. Vele vissers zijn hun netten en boten verloren, hun enige voorziening voor levensonderhoud. Wij proberen hen daarbij te helpen en proberen te redden wat er te redden valt. Dat is echter zeer gevaarlijk, omdat de stroming van het water nog steeds heel sterk is.”
 


Deze vrouw is alles kwijt.Eveneens van Sri Lanka bereikte ons een bericht van een broeder van de congregatie van de H. Franciscus. Broeder Jose Valliara vraagt om hulp bij de verzorging van kinderen: “Ik sta persoonlijk in nauw contact met onze provinciaal in Sri Lanka, die het opbouwwerk daar coördineert. De broeders werken samen met het bisdom, de gemeente en ngo’s om de meest noodhulp te lenigen. Op dit moment concentreren onze broeders zich op twee van onze centra in Batticaloa en Maggona en de omliggende gebieden. Ze hebben dringend hulp nodig om zich onverwijld om de ongeveer 2500 kinderen te kunnen bekommeren die in deze omgeving leven.”

Broeder Jeremy Christy van dezelfde congregatie beschrijft de toestand van beide tehuizen in Maggona en Batticaloa die door de franciscaanse broeders geleid worden: “In Maggona is er op dit moment geen elektriciteit, de straat is verwoest, maar de mensen kunnen ons tehuis in ieder geval bereiken. De broeders en de jongens die daar wonen, zijn in veiligheid. Aan het eind van de week sturen we levensmiddelen. Batticaloa is helaas zeer hevig getroffen. De broeders hielden zich met de daar wonende jongens en ongeveer 1000 andere personen op in de bovenste verdieping van het gebouw. Wij koken hier bij ons voor hen en zorgen voor hun dagelijks voedsel. Ik denk dat we dat nog minstens twee weken zo moeten voortzetten.”

 

Ontredderd probeert deze man zijn huis te herbouwen. Het uitdelen van voedsel is begonnen. Jongeren helpen om het puin te ruimen.  Kleding wordt onder de mensen verdeeld. Bruikbaar materiaal wordt door de jongeren verzameld. De ziekenhuizen liggen nog vol. Met eerbied wordt een slachtoffer begraven.