BOLhoedjes uit BOLivia



849bolivia1.jpg (207966 bytes)

 

Bolivia ligt in Zuid-Amerika. Het is 30 keer zo groot als Nederland. Je kunt het land in drie gedeeltes verdelen. In het westen ligt het Andesgebergte met een koude hoogvlakte: de Altiplano. In het midden liggen valleien met een subtropisch klimaat. In het oosten vinden we het Amazone-oerwoud. Daar is het tropisch warm.

 

Vlag
Rood staat voor de dapperheid van het Boliviaanse leger. Geel voor goud en andere bodemschatten. Groen voor de vruchtbaarheid van de grond.

 

 

De Altiplano

In Bolivia wonen 6½ miljoen mensen. De meesten daarvan zijn indianen. Vroeger werkten veel indianen op het platteland van de hoogvlakte. De mensen werkten voor zichzelf en ruilden op de markt wat ze over hadden. Maar toen de Spanjaarden het land "ontdekten" in de 16e eeuw veranderde er veel. De indianen moesten werken voor de Spanjaarden, op het land en in de mijnen.

 

Verdelen
In deze eeuw is het land weer verdeeld onder de kleine boeren. Maar veel levert het niet op. Kinderen, die een stukje land erven van hun vader, verdelen dat weer onder hun kinderen. Het stukje grond is soms niet groter meer dan één hectare. Omdat het gebied zo droog is leveren ook de oogsten niet genoeg meer op. Veel Quechua-indianen trekken naar de stad Cochabamba. Ze leven in een grote krottenwijk boven de stad.

 

Ingang van de mijn

Mijn
Bolivia is het armste land van Zuid-Amerika. Je kunt bijna niet geloven dat hier in de Spaanse tijd de grootste en rijkste stad van Zuid-Amerika lag. In de mijnstad Potosi, die door de Spanjaarden de "keizerlijke stad" werd genoemd, woonden toen tweehonderd duizend mensen. Het middelpunt van Potosi was de "Cerro rico", de rijke berg. Op die berg werden grote hoeveelheden zilver gevonden. Nu is Potosi geen keizerlijke stad meer. Er zit geen zilver meer in de berg.
In Bolivia waren ook veel tinmijnen. De meesten zijn gesloten, omdat de prijs van tin heel erg gedaald is. Toch werken er nog wel een paar duizend mijnwerkers. Er gebeuren veel ongelukken als de mijnwerkers met dynamiet rotsen opblazen om er de tin uit te halen. En dat terwijl er boven de ingang staat: "Veiligheid voor alles"!

Coca
Al eeuwenlang wordt door de indianen coca verbouwd. De Inca's gebruikten het al om offers te brengen. De Bolivianen van nu kauwen graag op de cocabladeren. Maar de meeste coca wordt uitgevoerd naar andere landen. Daar worden er drugs van gemaakt: cocaïne. Dat brengt veel geld op, maar de kleine boer die de cocabladeren verbouwt ziet daar weinig van.
Een klein deel van de bevolking verdient veel geld door de handel in coca. Zij zijn heel rijk. Ze wonen in kasten van huizen, in paleizen met zwembaden. In de achtertuin hebben ze soms zelfs een eigen helihaven of landingsbaan voor hun vliegtuigjes. Van zo'n villa wordt vaak gezegd: "het ruikt naar cocaïne"!

"Bambin" heet het bolhoedje

Bolhoedjes
In Bolivia dragen zowel vrouwen als mannen een hoed of muts als bescherming tegen zon of kou. Heel bekend is het bolhoedje dat de indiaanse vrouwen dragen. Het blijft zitten zonder spelden. Op het platteland gaat het soms met een touwtje onder de kin vanwege de harde wind. Het hoedje komt eigenlijk uit Europa. In Andalusië in Spanje droegen de boerenvrouwen het al. Toen de Spanjaarden naar Bolivia gingen namen ze het mee. Ze wilden niet dat de indianen kleren droegen die herinnerden aan het grote Inca-rijk. Daarom moesten de vrouwen het bolhoedje uit Spanje gaan dragen. Ze maakten de vrouwen wijs dat ze door het dragen van de bolhoed meer kinderen konden krijgen. Toen werd het hoedje een echte rage!

 

Indiaanse kleding: wijde rok en gekleurde omslagdoekStraf
Maar er zijn niet alleen maar bolhoedjes. Bolivia kent wel honderd verschillende typen hoeden. Het vilt van de hoeden wordt gemaakt van schapenwol en konijnenvellen. Voor de hoeden in één stad is al de wol nodig van wel 10.000 schapen en 50.000 konijnen.
Quechua-indianen dragen soms een hoge witte hoed met een zwarte band. Er is de legende dat een Quechua-vrouw een standje kreeg van een Spaanse priester, omdat ze ongetrouwd met haar vriend samenwoonde. Voor de indianen heel gewoon. Maar de vrouw moest voor straf een zwarte band om haar hoed dragen. De volgende dag droegen alle Quechua-vrouwen uit protest tijdens de mis een zwarte band om hun hoed! En dat is sindsdien zo gebleven.

 

Quechua-vrouw op het land

Meer
Op de grens tussen Bolivia en Peru ligt het Titicacameer. Het is het grootste en hoogste bergmeer van de wereld, waar ook nog op gevaren wordt. Het water is altijd 10 graden. De Inca's geloofden dat hun scheppergod Viracocha uit dit meer kwam.